Voorvechter van een nieuwe religie
In het vorige artikel hebben we gezien dat keizer Constantijn in het jaar 312 de overwinning behaalde op Maxentius, zijn tegenstander in die dagen. Die overwinning vond plaats bij de Milvische brug.
Volgens de overlevering heeft Constantijn voorafgaand aan de strijd het teken van Christus laten aanbrengen op de vaandels van het leger en op de schilden van de soldaten. Wat er precies gebeurd is, blijft omgeven met vragen, maar de gevolgen waren ingrijpend.
Met het Edict van Milaan (313) kwam er een einde aan de vervolging van de christenen. De kerk kreeg ruimte, bezit en aanzien. Voor het eerst in haar bestaan werd het geloof niet langer bestreden, maar bevorderd door de macht.
Die nieuwe positie bracht ook nieuwe vragen met zich mee. Hoe verhoudt de kerk zich tot de keizer? En hoe bewaart zij haar eigen boodschap wanneer zij niet langer in de marge staat, maar in het centrum van de macht terechtkomt?
Het concilie van Nicea (325) laat zien hoezeer geloof en politiek verweven raakten. Tegelijk werd daar beleden wat tot op vandaag het hart van de kerk vormt: dat Christus waarlijk God is, van hetzelfde wezen als de Vader.